DE WATERGEUZEN

Wij wonen bijna allemaal in een straat die genoemd is naar een watergeus . Er waren ook andere geuzen: Bosgeuzen . Maar ze deden hetzelfde als de watergeuzen: plunderen, roven en daarna heel vaak de boel in de brand steken. In een woord geboefte, althans in de ogen van de gewone burgerman.

Wie waren die geuzen en hoe kwamen ze aan hun naam, (en aan hun slechte reputatie !).

Daarvoor moeten we terug naar de tachtigjarige oorlog (1568 -1648)

Ons land voerde toen een bevrijdingsoorlog tegen Spanje. Eerst tegen Keizer Karel V (geboren 1500) maar vooral tegen zijn zoon Koning Filips II. Behalve om armoede en honger ( mislukte oogsten !) het toch vooral om godsdienstvrijheid. Het was de tijd van de Kerkhervorming : Luther en Calvijn. (Hervormden en Calvinisten). Karel V was Keizer van Duitsland. In 1528 neemt hij de wereldlijke macht over het Sticht (Utrecht) over van de bisschop van Utrecht. Hij bezocht Utrecht voor het eerst in 1540 In de winter van 1545-1546 logeerde hij samen met zijn zuster Maria Van Hongarije zes weken in het zogenaamde Duitse Huis aan de Springweg. Hier was vele jaren het Militair Hospitaal gevestigd.

Nu is het Duitse Huis ingericht als hotel: het Grand Hotel Karel V. Karel was hier voor een vergadering van de Orde van het Gulden Vlies. De Graven Egmond en Hoome werden toen ridder in die orde.

In 1543 nam Karel ook Gelderland in bezit. Nederland werd toen een Bestuurlijk Unie. Keizer Karel was een gelovig Katholiek. Streng maar rechtvaardig. Zijn belofte voor een vrijgeleide aan Luther na de Rijksdag in Worms in 1521 kwam hij na. Ondanks het hevige verzet van de Kerkelijke autoriteiten!

Voor de Reformatie was normaal dat iedereen in het land hetzelfde geloof beleed dan de koning of de keizer.

Nee dus. Nederlanders waren toen al net zo' n eigenwijs volkje als tegenwoordig: Dat maken we zelf wel uit. Wie Katholiek wilde zijn of blijven was Katholiek, wie Protestant wilde worden moest dat zelf maar weten. Karel vond van niet. Er kwamen wetten (plakkaten) waarin het protestantse geloof verboden werd. De straffen waren niet mals. Een pastoor uit Woerden ,Jan de Bakker moest zijn overgang naar het nieuwe geloof bekopen met de dood : Op de brandstapel. Veel hielp het niet. In 1555 had Karel er genoeg van en deed hij afstand van de troon. Zijn zoon Filips volgde hem op. Filips ergerde zich kapot aan die Hollanders. Hij was nog fanatieker dan zijn vader en tolereerde absoluut geen ander geloof dan het Katholieke.

De plakkaten werden nog verscherpt. Wie zich bekeerde tot de reformatie, werd opgespoord door de inquisiteurs en voor de (geloofs) rechter gedaagd. Het vonnis was vaak verbanning met verbeurdverklaring van alle bezittingen. Soms de doodstraf: aan de galg of op de brandstapel. De haat tegen Filips groeide. En Filips haatte de Nederlanders. In 1559 pakte hij zijn biezen en vertrok naar Spanje. De Hollanders kwamen onder voogdij van zijn zuster Margaretha. Zij werd onze landvoogdes. Maar ze had maar weinig benul over wat er hier gaande was. Daarom kreeg ze een stel adviseurs om zich heen die haar in het goede spoor moesten houden. De belangrijkste was kardinaal Granvelle.

Veel Nederlanders raakten ontheemd en vervielen tot bittere armoede. Lotgenoten vormden groepen. Ze hielden zich schuil in de bossen. Om in hun onderhoud te kunnen voorzien beroofden ze geestelijken of plunderden ze een kerk. Kieskeurig in hun doelen waren ze bepaald niet. Onder de verbannenen waren ook veel zeelui die aanmonsterden op schepen die eigendom waren van kapiteins die niet terug konden naar hun thuishaven omdat hun schepen dan verbeurd verklaard zouden worden .De hoge adel, onder wie Willem van Oranje, die benoemd was als Stadhouder van Holland, Zeeland en Utrecht, bemoeide zich nergens mee. Ze waren trouw aan de Koning. De lage adel, die veel dichter bij het volk stond, nam het initiatief. Ze sloten een Verbond. Het Verbond der Edelen. Dit Verbond der Edelen stuurde een delegatie van 400 man naar Margaretha met een verzoekschrift om de plakkaten wat te verzachten : het smeekschrift.

Margaretha zat er erg mee in haar maag. Ze kende de mensen die het smeekschrift kwamen aanbieden niet. Granvelle wist het wel. Die zei in het Frans : Het zijn maar( een stelletje) schooiers: bedelaars dus.

Ils ne sont que gueux. Lage adel. Trekt u zich daar maar niks van aan.

Omstreeks die tijd komt Willem van Oranje in beeld : Willem in het Nederlands, Wilhelm op z'n Duits, Wilhelmus in het Latijn. Hij werd geboren in Dillenburg als het oudste kind van iemand van de lage adel: Jan van Nassau. Zijn moeder heette Juliana van Stolberg. Daar is de moeder van Koningin Beatrix dus naar genoemd . Willems ouders waren Protestant. Als kind van elf jaar erfde hij van zijn neef de Prins van Chalons, het vorstendom Orange in Frankrijk. U weet wel, dat leuke stadje net voorbij Valence op de weg naar Avignon (en dan

in een keer door naar de camping aan de Riviera ! In Orange hebben ze wel een juweel van een Romeins Amfitheater !Moet U echt een gaan kijken.!.) Toen Willem Orange erfde was hij Prins van Orange. Hoge adel dus. Dat had grote gevolgen voor Willem. Voor zijn verdere opvoeding moest hij naar het hof van Keizer Karel in Brussel. Daar ontmoette hij ook de zoon van de Keizer, Filips, als kind al een sacherijn. Uiteraard was iedereen aan het hof katholiek. Willem werd dus ook katholiek. Hij vond godsdienst niet zo belangrijk. Meestal was het leve de lol. Geld genoeg. Willem en Filips waren niet bepaald vrienden. Maar het feit dat Willem Orange erfde had ook grote gevolgen voor ons. Als Nederland een voetbal wedstrijd moet spelen, hangen we de hele straat vol met Oranje vlaggetjes. Oranje boven ! Willem trouwde met Anna van Egmond, Gravin vanBuren. Als Prins Willem Alexander de elfstedentocht dus schaatst onder de naam Willem van Buren, is dat zijn echte naam ! Hij is ook Graaf van Buren. Het aanbieden van het smeekschrift door die zogenaamde gueux had toch wel gevolgen: Margaretha verzachtte de plakkaten, de straffen voor de ketters, zoals de mensen die een andere godsdienst beleden, werden genoemd, werden minder streng. En toen brak de hel los. In een heleboel steden en dorpen werden de deuren van kerken opengebroken, de kostbaarheden er uit geroofd en de beelden vernield. Zo ook in de Geertekerk in Utrecht en later ook in de Domkerk. Dat was dus de beeldenstorm.

Filips zat in Spanje lekker in het zonnetje maar toen hij hoorde wat die Nederlanders hadden uitgespookt, was hij woest. Hij zou dat volk, waar hij toch al zo' n hekel aan had, wel eens mores teren.

Zijn beste generaal was Alva. Die zat met 10.000 man voetvolk en 1500 man ruiterij in Italië.

Dat was voor die tijd een behoorlijk groot leger. Filips gaf Alva orders om naar Nederland te gaan en daar orde op zaken te stellen. Dat zag er slecht uit voor de Hollanders. Alva en zijn soldaten hadden een bijster slechte reputatie. Alle Nederlanders die het maar een beetje konden betalen vertrokken naar het buitenland. Zo ook Willem van Oranje. Die ging terug naar zijn ouderlijk huis in Dillenburg. Ze hadden er alle tijd voor. In die tijd moest je nog lopen als je ergens naar toe wilde Dat duurde dus wel een paar maanden. Maar toen Alva

hier een keer was, was het ook goed raak Het eerst wat hij deed, toen hij hier aankwam, was de zoon van Willem , die in Leuven studeerde oppakken en naar Spanje sturen. Willem heeft zijn zoon nooit teruggezien. .Zowel de beeldenstormers als de stadsbestuurders van de steden waar de beeldenstormen hadden plaats gevonden, werden gestraft. Als ze naar het buitenland gevlucht waren , werden hun bezittingen verbeurd verklaard.

Mechelen in België was het eerste aan de beurt. Toen werden Zutphen en Naarden uitgemoord.


Utrecht zette de poorten maar open. Beter bloojan dan doojan. Leiden sloot de poorten en werd door de Spaanse troepen omsingeld.


Willem van Oranje vond het verschrikkelijk wat er gebeurde. Hij was rijk genoeg om een leger soldaten in te huren. Zijn broers Lodewijk en Adolf trokken met een legertje huursoldaten naar het Noorden. Bij Heiligerlee werd slag geleverd . Het leger van de Prins behaalde de overwinning maar zijn broer Adolf sneuvelde. Alva stuurde meer en betere soldaten naar het Noorden. Het leger van de Prins trok zich terug naar Noord-Duitsland,

Het leger van de Prins trok zich terug naar Noord-Duitsland , richting Embden. Bij Jemmingen werd opnieuw slag geleverd. Het leger van de Prins werd in de pan gehakt. Lodewijk moest vluchten en sprong in de Eems. Hij werd door de Watergeuzen aan boord genomen . Zo ontsnapte hij aan een wisse dood . Maar de hoofdmacht van zijn huurlingenleger stuurde Willem naar het Zuiden. Twee broers van Willem, Lodewijk en Hendrik, waren de aanvoerders van dit bevrijdingsleger. Alva begreep dat het nu menens werd .De belegering van Leiden werd opgeheven en hij trok met een sterk leger naar het Zuiden. Om het volk te waarschuwen dat ze het niet moesten wagen weer van die gekke dingen uit te halen, liet hij twee van de aanbieders van het smeekschrift, de Graven van Egmond en Horne, in Brussel onthoofden.

U weet nog wel, die twee die in Utrecht door Karel tot Ridder in de orde van het Gulden Vlies waren benoemd . Op de Mookerhei werd slag geleverd. De Spaanse soldaten waren verreweg superieur. Lodewijk en Hendrik sneuvelden.

(Wie daar toen ook sneuvelde was Jan Klaasen , de trompetter in het leger van de Prins uit het liedje van Rob de Nijs, dat een jaar of wat geleden erg populair was !) Van de vier broers van Willem was er nu nog maar een over: Jan. Deze Jan speelde later een grote rol bij de totstandkoming van de Unie van Utrecht. Daarom staat er van hem een standbeeld op het Domplein voor het Universiteitsgebouw, waar de ondertekening plaats vond.

Toen ze het klusje op de Mookerhei geklaard hadden gingen de Spaanse soldaten verder met de belegering van Leiden .Er kon geen mens meer in of uit De stad werd uitgehongerd. En toen brak ook nog de pest uit! 6.000 van de 14.000 inwoners stierven. Bijna de helft !

Willem van Oranje zag het niet meer zitten. Aan de ene kant was hij heel gezagsgetrouw: de koning van Hispagne (Filips) heb ik altijd geëerd ! Maar diezelfde koning stuurde zijn onderdanen de wreedste generaal die hij maar had, op hun dak. En dat om een geloofskwestie.


De Nederlanders wisten het wel: Ze wilden een nieuw staatshoofd : Willem van Oranje. Dat betekende opstand tegen het oppermachtige Spanje. Willem van Oranje ontkwam er niet meer aan: Hij gaf zogenaamde commissiebrieven aan de de geuzen. Die konden dan legaal in zijn opdracht, vechten tegen de Spanjaarden. In het voorjaar van 1572 was de Geuzenvloot van een Engelse haven op weg naar het Noorden. Waarschijnlijk Embden. Maar door een zware westerstorm dreven ze af naar het oosten en kwamen ze terecht voor de Nederlandse kust bij den Briel.

Daar gingen ze voor anker. Zoiets gebeurde wel vaker in een storm. De Brielenaren schonken er niet zoveel aandacht aan. Maar er was een man, die iets in de gaten had. Koppestok, de veerman. De schepen die daar voor anker lagen, voerden de Geuzenvlag ! Hij roeide er stiekem met zijn veerbootje naar toe. En hij had gelijk. Het waren de Geuzen. Koppestok was Prinsgezind zoals dat toen heette.


Hij werd naar de admiraal gebracht. Dat was Willem van der Marck, Heer van Lummen. Hij werd daarom Lumey genoemd . Koppestok vroeg aan Lumey waarom ze niet in de Briel aan land gingen in plaats van verder te varen . Lumey had daar eerst geen oren na, maar besloot toch scheepsraad te houden.


De kapiteins van de andere schepen kregen bevel bij hem aan boord te komen. Een paar kapiteins waren er tegen om in Den Briel aan land te gaan : niet genoeg te halen! Maar de meesten waren voor. Een belangrijke reden om voor te stemmen was vaak dat ze dan de averij aan hun schepen konden repareren die ze in de storm hadden opgelopen. Koppestok kreeg van Lumey voor het stadsbestuur de boodschap mee: wij willen de haven in en eisen de stad op voor de Prins van Oranje.


Om aan te tonen dat het echt de schepen van de watergeuzen waren die daar voor de kust lagen kreeg hij de zegelring van Blois van Treslong mee. Iedereen in Brielle wist dat die kapitein bij watergeuzen was geworden. Toen Koppestok de brief van Lumey aan het stadsbestuur gaf, zaten die er vreselijk mee in hun maag. De watergeuzen hadden een hele slechte reputatie. Om die in de stad binnen te laten was een riskante zaak. De vergadering van het stadsbestuur duurde eindeloos. Kapitein Jacob Simons de Rijk duurde het allemaal veel te lang. Hij ging aan land met een aantal mannen en een reservescheepsmast. De poort bij de haven werd niet verdedigd. Ze konden er zo bij. Eerst stookten ze een vuurtje voor de deuren van de poort. En toen was het in elkaar rammen van de poort met zo'n zware scheepsmast zo gebeurd. Rijke burgers en de geestelijken hielden het toen voor gezien. Door de poort aan de andere kant van de stad vluchtten ze stad uit. Op aandringen van veel kapiteins besloot Lumey in de stad te blijven. Maar tot groot verdriet van vele geuzen mochten ze nauwelijks plunderen.

Twee mensen zaten met deze stunt van de geuzen verschrikkelijk in hun maag.

In de eerst plaats natuurlijk Alva. Die stuurde drie duizend man die zich in Utrecht zaten vol te vreten , naar de Briel. Maar die kwamen van een kouwe kermis thuis. Toen ze in de Briel in de gaten kregen dat de Spanjaarden er aan kwamen, besloten ze het land onder water te zetten. Maar ze waren eigenlijk net te laat. Er waren al Spaanse soldaten in de buurt van de sluis die daarvoor opengezet moest worden.


De stads timmerman Rochus Meeuwisz zwom met een bijl naar de sluis toe en hakte die open.


Het land liep onder water en de Spaanse soldaten gingen terug naar Utrecht. Onderweg werd nog wel even Geertruidenberg ?? Willemstad ??? (Rotterdam?) geplunderd.


Maar ook Willem van Oranje was niet direct blij met het impulsieve gedrag van de Geuzen. Hij wilde trouw blijven aan de koning. Filips II. Maar een groot aantal steden in Noord Nederland dacht er anders over. Ze hadden genoeg van Filips en wilden een ander staatshoofd en wel Willem van Oranje.


Ze verklaarden zich voor de Prins, zoals dat toen heette. Willem begreep dat hij er niet meer omheen kon. In de steden die hem hun steun hadden toegezegd, benoemde hij gouverneurs. Vaak kapiteins van de Geuzen.


Alva werd nu pas echt goed kwaad. Hij stuurde zijn zoon Don Frederik met zijn de troepen naar Haarlem. Maar dat werd ook pootjebaden. Een hele winter lang. Toen ze eindelijk de stad ingenomen hadden waren de Spaanse soldaten door alles heen: ze bonden de stadsbestuurders met de ruggen tegen elkaar en verdronken ze in het water van de Spaarne. Van de bevolking werd zowat iedereen die anti-spaans was, gedood.


Toen het Spaanse leger klaar was in Haarlem trokken ze maar het noorden. Het doel was de stad Alkmaar. Niet dat ze er echt zin in hadden: Noord Holland was in die tijd meer water dan land.


Maar Don Frederik moest van zijn vader beslist Alkmaar veroveren en afstraffen. Toen Willem van Oranje er van hoorde voelde hij zich verplicht in te grijpen. Hij had een kapitein van de watergeuzen Jacob Cabeliau, benoemd tot gouverneur van Enkhuizen, een van de steden die zich voor de Prins verklaard hadden. Jacob Cabeliau ging meteen aan de slag en veroverde Hoorn. De Prins vond dat Cabeliau met zijn geuzen Alkmaar dan ook maar moest verdedigen tegen de Spanjaarden. Eerst wilde het stadsbestuur hem er niet in laten. Na aandringen van de Prins en met behulp van Nicolaas Ruichaver lukte het hem toch om binnen te komen. In het stadsarchief is een boek met de "resolutieën" van het stadsbestuur. Daarin staat aangetekend dat Jacob Cabeliau werd ingekwartierd bij een schoenmaker.


Het eerste wat hij deed was de wallen, de muren en de poorten van de stad versterken. Omdat er lange tijd geen oorlog was geweest waren die erg verwaarloosd. Toen de Spanjaarden op 21 Augustus 1973 begonnen met het beleg van de stad waren de verdedigingswerken dank zij Cabeliau en zijn geuzen weer in orde. Na wat voorbereidende beschietingen begonnen de Spanjaarden op 18 september met hun stormaanvallen. Die duurden drie dagen, maar door de aanhoudende regen kregen ze het steeds moeilijker. Alle burgers inclusief vrouwen en kinderen hielpen de Geuzen bij de verdediging. Toen gaf Cabeliau opdracht om zoveel mogelijk sluizen open te zetten en waterkeringen door te

steken. Toen de Spanjaarden dat in de gaten kregen , zakte hun de moed in de schoenen. Bij Haarlem hadden ze al zoiets meegemaakt en ze wisten wat hun te wachten stond. Weer een winter in de blubber, daar pasten ze voor. Op 8 oktober 1573 pakten ze hun biezen. Heel Nederland haalde opgelucht adem. Voor de eerste keer hadden ze gewonnen van Alva. IN ALKMAAR BEGINT DE VICTORIE !


Omdat Alva had gefaald werd hij door Filips ontslagen. Nog in hetzelfde jaar vertrok hij naar Spanje.

Jacob Cabeliau was eigenlijk al ziek tijdens het beleg. Hij overleed op 22 februari 1574 in het Hooge Huis te Alkmaar. De volgende dag werd hij begraven. Waar is niet bekend. Hij staat in elk geval niet in het begrafenisregister van de grote kerk.

In Leiden werd de toestand onhoudbaar. Er moest wat gebeuren. Op aandringen van Prins Willem besloten de Staten van Holland de dijken door te steken en het land onder water te zetten.

De Spaanse soldaten waren genoodzaakt te vertrekken. Op 3 oktober 1574 voeren de Watergeuzen Leiden binnen. Voor de uitgehongerde bevolking hadden ze haring en wittebrood meegebracht.

Tot op de dag van vandaag vieren de stad Leiden op 3 oktober de intocht van de Watergeuzen. Als beloning voor het verzet tegen de Spanjaarden kreeg de stad Leiden van Prins Willem een Universiteit. Willem van Oranje werd in de ban gedaan en vogelvrij verklaard. Net als zijn 3 broers moest hij de strijd voor onze vrijheid bekopen met de dood. In 1584 werd hij in Delft doodgeschoten door een huurmoordenaar. Tot 6 mei was dit de laatste politieke moord in Nederland sinds meer dan 3 eeuwen.