DE GEUZEN

De geuzen naar wie de straten in onze buurt genoemd zijn, waren watergeuzen. Geuzen die op het vasteland opereerden, werden bosgeuzen genoemd.
De leiders van de watergeuzen waren vrijwel allemaal van adel. Verreweg de meesten hadden zich afgewend van de Roomse Kerk en waren aanhangers van de z.g.n. nieuwe leer. De leer van Luther en Calvijn. Het belijden van een andere godsdienst dan het rooms-katholieke geloof was bij de wet verboden. In de door Keizer Karel V uitgevaardigde godsdienstwetten, de plakkaten werden ketters bedreigd met zware straffen: verbeurdverklaring van al hun bezittingen, verbanning naar het buitenland en soms de doodstraf.
Een grote groep lagere edelen verenigde zich in het verbond der Edelen. Ze streefden naar verzachting van de plakkaten. In 1565 zetten ze hun doelstellingen op schrift: het Compromis. Op 5 april 1566 trokken ze in een lange stoet naar het paleis van Margaretha van Parma in Brussel. Margaretha was een bastaarddochter van Karel V en dus een halfzuster van koning Filips die haar na zijn vertrek naar Spanje in 1559 had aangesteld als landvoogdes. De edelen boden haar een verzoekschrift aan: verzacht de plakkaten en zet de rechters die ze moeten uitvoeren, de inquisitie, voorlopig op non actief.
Margaretha was nogal onder de indruk, maar een van haar adviseurs maakte haar duidelijk dat dit geen echte edelen waren: niet de hoge adel, maar de lage adel, de landadel. Hij zei, het zijn maar schooiers, bedelaars. In het Frans : Ils ne sont que gueux. Margaretha durfde niet toe te geven aan de wensen van de edelen, maar zei ook geen nee. Ze wilde overleggen met haar broer koning Filips. Deze twijfelmoedigheid kwam haar duur te staan.
Door de groep die zich het felste had verzet en de Katholieke kerk als haar grote tegenstander zag, werd Margaretha’s aarzelende houding gezien als een teken van zwakte. En zo brak de beeldenstorm los. Het eerst in Vlaanderen, in Steenvoorde. De beeldenstorm breidde zich uit over het hele land. In Utrecht moest eerst de Geertekerk maar daarna ook de Domkerk er aan geloven. De sporen zijn nog duidelijk zichtbaar.
Koning Filips besloot orde op zaken te stellen. Margaretha werd als landvoogd vervangen door Alva. De gevolgen waren voorspelbaar: inperking van de macht van de adel en intensivering van de kettervervolging. Veel geuzen volgden het voorbeeld van Willem van Oranje en vluchtten naar het buitenland. Ze werden door de Inquisitie bij verstek veroordeeld: verbanning uit het vaderland met verbeurdverklaringen van alle bezittingen. Verbitterd en berooid vestigden ze zich in het buitenland, meestal Duitsland of Engeland. Maar er moest wel brood op de plank! De watergeuzen kregen van Willem van Oranje commissiebrieven: toestemming tot het kapen van vijandelijke schepen. Gelegaliseerde piraterij!
Embden en Londen waren twee havens waar de Geuzen veilig waren en de buit kon worden verkocht.
Maar echt geliefd waren de Geuzen niet. Veel mensen beschouwden ze als echte criminelen. En bovendien drongen Spanje en Frankrijk er bij de Engelse regering op aan de geuzen het land uit te gooien.
In het voorjaar van 1572 gaf koningin Elisabeth I de geuzen bevel Londen te verlaten. Onder bevel van Willem van der Marck (roepnaam Lumey) gingen 24 schepen met een bemanning van elfhonderd man op weg naar Embden. Bij Egmond raakten ze verzeild in een zware Noordwester storm. De storm dreef ze terug naar het zuiden. In de monding van de Maas in de buurt van de stad den Briel gingen ze voor anker.
De veerman Koppelstok herkende de Geuzenvlag. Hij roeide naar de geuzen en werd ontvangen door Treslong. Koppelstok vertelde dat er geen Spaanse bezetting in de stad was. Hij kreeg een boodschap mee voor het stadsbestuur: stuur twee gemachtigden om met ons te onderhandelen over de overgave van de stad. Om alle twijfels weg te nemen gaf Blois van Treslong, die in den Briel woonde, zijn zegelring mee. Toen de burgemeester van den Briel vroeg hoe sterk de Geuzen waren, zei Koppelstok dat er zeker vijf duizend man aan boord was. De twee afgezanten van kregen te horen dat de stad door de geuzen wordt opgeëist in naam van Oranje. Ze krijgen twee uur bedenk tijd. Het stadsbestuur kon niet zo snel beslissen. Toen werd met een scheepsmast een poort open gerammeid. Geestelijken en rijke burgers hadden intussen door een andere poort de benen genomen. Ze wisten wat hun te wachten stond. Die avond vonden er wel wat berovingen plaats, maar in hoofdzaak bezittingen van geestelijken.
De stad werd niet echt geplunderd. Lumey wilde de volgende dag toch maar vertrekken. Enkele kapiteins wisten Lumey er van te overtuigen dat de geuzen in de stad moesten blijven. Blois van Treslong, (die er woonde !), Jacob Simon de Rijk en Barthold Entens. Ook Adriaan van Swieten was deze mening toegedaan. Ze hadden er genoeg van te leven als het uitschot van de maatschappij! De Rijk had vaak gebeden om in plaats van een zeemansgraf een graf op het strand te krijgen.
De stad wordt in staat van verdediging gebracht. De kanonnen worden van de schepen overgebracht naar de stad. Bomen worden omgehakt om schootsveld te maken. De vrouwen draaien lonten van hun schorten. Als de Spanjaarden in aantocht zijn hakt de stadstimmerman Rochus Meeuwisz het Nieuwlandse sluisje open. Het land loopt onder water. Een smal drassig dijkje steekt nog boven water uit. De Spanjaarden trokken zich terug. Eerst naar Dordrecht maar daar blijft de poort voor ze gesloten. Daarna naar Rotterdam.
Als bekend wordt dat den Briel, in naam van Oranje, bezet is door de geuzen, verklaren ook andere steden zich onder het gezag van Willem van Oranje te stellen. Willem stuurt Geuzenkapiteins naar deze steden als zijn vertegenwoordiger, gouverneurs worden ze genoemd. Jacob Cabeliau naar Enkhuizen, Boisot naar Vlissingen. Anderen zoals van Swieten trekken het land in en veroveren de ene stad na de andere. Adam van Haren gaat in den Briel wonen. Maar alle Geuzen uit het Geuzenwijk speelden een belangrijke rol bij de bevrijding van ons land van de Spanjaarden.