|

 |
|
 |
SONOY
Diederick Sonoy, geboren 1529 te Kalkar, overleden 1597 te Pieterburen.
Echte naam: Diederik Snoey
Sonoy was een edelman en beroepsmilitair. Hij diende in het leger van Maxmiliaan van Bourgondie. 5 april 1566 was hij een van degenen, die als lid van het Verbond der Edelen het smeekschrift aanbood aan de landvoogdes Margaretha van Parma. Bij deze gelegenheid viel voor het eerst de naam Geuzen: Ils ne sont que Gueux (schooiers)
Sonoy was een trouw aanhanger en belangenbehartiger van Willem Van Oranje. Hij werd door Alva bij verstek veroordeeld en verbannen met verbeurdverklaring van zijn bezittingen. Sonoy was de eerste die van Prins Willem commissiebrieven kreeg. We kunnen Sonoy dus beschouwen als de eerste watergeus.
In 1568 stuurde Willem van Oranje zijn broers Lodewijk en Adolf vanuit Duitsland met een legertje soldaten richting Groningen. Dit leger werd bevoorraad vanuit Delfzijl. Bij Heiligerlee werd het leger van de Spaansgezinde Graaf van Aremberg verslagen. Aremberg sneuvelde, maar ook de jongste broer van prins Willem, Graaf Adolf. Om de bevoorrading van de opstandelingen te blokkeren stuurt Alva een aantal schepen onder bevel van kapitein Boshuizen naar Delfzijl. Boshuizen verovert Delfzijl en Lodewijk moet met zijn leger terug naar Duitsland. Sonoy zat toen in Wezel waar hij in opdracht van de Prins 1700 geweren had gekocht. Op 17 juni 1568 kwam hij aan in Embden. Willem van Oranje geeft Sonoy opdracht Boshuizen weg te jagen uit Delfzijl. Sonoy rust 17 schepen uit, met een bemanning van in totaal 700 man. Maar Sonoy was geen zeeman. Hij werd terzijde gestaan door de zeeman Hendrik Thomasz Laers. Boshuizen zag aankomen dat hij tegen zo’n grote vloot niet opgewassen was en koos het hazenpad. Sonoy trok zich met zijn schepen terug op de Eems. Alva stuurt een sterk leger om de opstandige troepen van Lodewijk uit de weg te ruimen. Op 17 juli worden bij het plaatsje Jemmingen aan de Eems de troepen van Lodewijk totaal verslagen. De soldaten en ook Lodewijk zelf vluchten de Eems in waar ze worden opgevangen door de schepen van Sonoy. Ze werden in Embden aan wal gezet.. Maar het stadsbestuur van Embden was doodsbenauwd dat ze door Alva als handlangers van de Geuzen zouden worden beschouwd en daarvoor zou worden gestraft. Sonoy werd daarom in de gevangenis gezet. Toen de troepen van Alva zich terugtrokken zonder Embden aan te vallen, werd Sonoy vrijgelaten. Prins Willem benoemde een nieuwe admiraal: Adriaan van Bergen (Dolhain). Om in hun onderhoud te kunnen voorzien kregen de geuzen van de prins zogenaamde commissie brieven. Hiermee mochten ze vijandelijke schepen aanvallen en in bezit nemen.
Ze moesten wel de bevelen van de Prins opvolgen en een deel van de buit afstaan. In de praktijk werden dit ook roof- en plundertochten op het vaste land en vooral ook op de wadden eilanden. Omdat er op de Geuzenschepen nauwelijks sprake was van enige krijgstucht werd Dolhain al vrij spoedig na zijn benoeming weer ontslagen.
Sonoy bleef op het vaste land; hij ging naar Emmerik waar zijn vrouw woonde. Maar ook daar wist Alva hem te vinden. Dank zij zijn vrouw ontsnapte hij ternauwernood aan gevangenneming. Onder valse naam correspondeerde hij met Willem van Oranje. Hij zamelde geld in en voerde allerlei opdrachten uit. Toen op 1 april 1572 den Briel door
de Geuzen onder Willem van der Marck (Lumey) werd ingenomen, was hij in Bremen en Hamburg bezig met het aanmonsteren van matrozen voor de geuzenvloot.
Nadat een groot aantal steden in Holland en Zeeland zich voor de prins had verklaard, benoemde Prins Willem Sonoy tot Gouverneur van Noord Holland. Op 2 juni 1572 arriveerde hij in Enkhuizen. Door toedoen van Jacob Cabeliau en Nicolaas Ruychaver kwamen ook Hoorn en Medemblik onder zijn gezag. Daarna kozen ook Haarlem en Alkmaar de zijde van de Prins. Hoewel hij zijn uiterste best deed, lukte het hem niet Amsterdam voor de Prins te winnen.
Hij ondervond veel tegenwerking van de regenten van de Hollandse steden en had grote moeite de krijgstucht te handhaven. Zijn troepen vermoordden de Alkmaarse en Ransdorpse martelaren in juni en november l572. Hij was gedwongen strenge maatregelen te nemen. Een zekere kapitein Crocq en de hopman Wybe Sjoerds werden opgehangen omdat zij zonder reden priesters vermoordden. In 1573 werd de abdij van Egmond bezet door de troepen van Sonoy. Toen ze op 7 juni vertrokken staken ze de gebouwen in brand. Veel stenen werden gebruikt voor de restauratie van de stadsmuren van Alkmaar. De bezittingen van de abdij werden geconfisqueerd en aangewend voor de bekostiging van de oprichting van de Leidse Universiteit.
Nadat in 1573 de Spaanse aanval op Alkmaar was mislukt en in 1574 ook de stad Leiden was ontzet, heroverde hij Haarlem. Daarna veroverde hij Harderwijk en een aantal andere steden aan de Zuiderzee. In 1578 was Kampen na een beleg van twee maanden genoodzaakt zich aan hem over te geven. Deventer en Steenwijk volgden. Vervolgens trekt hij naar het Noorden. In juli 1581 neemt hij deel aan de slag bij Grijpskerk in de Groninger Ommelanden. Zijn hele leven was hij actief in dienst van Oranje. Ook na de moord op Prins Willem bleef hij Oranje trouw.
In 1588 vestigde hij zich met zijn gezin in Engeland maar in 1593 keerde hij terug naar Oostfriesland. In 1594 ging hij wonen in het Dijksterhuis bij Pieterburen. Daar overleed hij in 1597. Hij werd begraven in de kerk te Pieterburen. Het grafschrift op de steen is nog te lezen.
Zoals altijd was het de boerenbevolking die het meeste te lijden had van de oorlog.
Ze waren over het algemeen goede katholieken en hadden niets op met die fanatieke Calvinisten. Vaak werden ze gedwongen voor de strijdende partijen te werken. Als ze weigerden werd het huis in brand gestoken. Hun vee werd gestolen en hun land onder water gezet. Iemand verzuchtte:
De Spanjaard wil ons hencken
Als we de Geus bijstaan.
De geus die zal ons crencken,
Als we bij de Spanjaard gaan.
Wij hebben aan geen cant vree,
Wij zouden wel geerne houden onze stee,
En melcken onze koe.
De boer, de boer, dit crijghen is hij moe.
|
 |
 
|
 |
|
|