JACOB SIMONS DE RIJK

Geboren te Amsterdam 1541, overleden te Veere 11 september 1584

Beroep: Graankoopman

Deze rijke graanhandelaar bekeerde zich al op jonge leeftijd tot de nieuwe leer. Na de beeldenstorm in de zomer van 1566 werd hij er door de Raad van Beroerten van beschuldigd een vat bier te hebben beloofd aan de zakkendragers, als ze de heiligenbeelden in de Minderbroederskerk kapot zouden slaan. Naderhand bleek dat dit verhaal helmaal niet waar was. Hij had gezegd dat die kerk hem niet in de weg stond. Toch werd hij in 1568 uit de Nederlanden verbannen. Hij vestigde zich in Dantzig en zette daar zijn handel voort. De winst uit deze handel stuurde hij aan Willem van Oranje. Hij rustte een schip uit en voegde zich in 1571 bij de Geuzenvloot. Maar hij deed niet mee aan de zeeroverij en de zogenaamde landgangen, waarbij kerken en kloosters aan de vaste wal werden geplunderd. Hij was erg tegen de wrede praktijken van Willem van der Marck (Lumey) en Barthold Entens.

Toen op 1 april 1572 de stad den Briel zich overgaf aan de Geuzen, wisten hij, Jacob Cabeliau en Blois van Treslong (die daar woonde) Lumey te overtuigen dat de stad niet moest worden geplunderd en leeggeroofd, maar dat het beter was in de stad te blijven, er hun thuishaven van te maken en de stad over te dragen aan Willem van Oranje. De Rijk vond het leven aan boord vreselijk. Zijn grote angst was op zee bij een gevecht te zullen omkomen. Toen hij een keer in het vaderland aan wal ging, knielde hij neer op het strand om te bidden. Hij vroeg God om niet te hoeven verdrinken en te mogen sterven op het vaste land

Hoe gelijk de Rijk had gehad, bleek meteen. Een heleboel andere steden in Holland en Zeeland verklaarden zich ook voor “ de Prins”. Lumey stuurde de Rijk naar Koningin Elisabeth in Engeland om haar om hulp te vragen. Koningin Elisabeth had net alle Geuzen eruit gegooid. De Rijk mocht dus eigenlijk helemaal niet in Engeland komen. Desondanks wist hij Koningin Elisabeth om te praten. Hij kreeg 500 soldaten mee en zes duizend gulden, in die tijd een enorm bedrag. Tegen de zin van Lumey ging hij met zijn 500 soldaten naar Vlissingen, een van de steden die zich voor de Prins hadden verklaard. Hij werd door de Prins benoemd tot admiraal van Veere.

Op 8 augustus 1572 gaat de Rijk naar Zierikzee., dat zich voor de Prins had verklaard. en door de Geuzen werd verdedigd. Maar zowel Zierikzee als heel Tholen, werden onder leiding van Mondragon terugveroverd door de Spanjaarden. Op Tholen werd de Rijk gevangen genomen en in Gent in de gevangenis gezet. Marnix van St. Aldegonde was door Spanjaarden gevangen genomen bij Maassluis. Marnix werd opgesloten in het kasteel Vredenburg te Utrecht. In Gent probeerde men de Rijk over te halen in Spaanse dienst te treden maar hij bleef trouw aan de Prins.

Op 18 februari 1574 boekten de opstandelingen een groot succes. De belangrijkste stad van Zeeland, Middelburg, viel in handen van de Geuzen. De bevelhebber van de Stad, Mondragon, gaf zich over. Prins Willem maakte een deal met Mondragon. Als Mondragon zou zorgen dat de gevangenen, de Rijk in Gent en Marnix van Sint Aldegonde in Utrecht, zouden worden vrijgelaten, kreeg hij een vrije aftocht. Mondragon beloofde dat hij zou zorgen, dat de gevangenen zouden worden vrijgelaten. Zo niet, dan zou hij terugkeren in gevangenschap van de Prins.

Mondragon ging naar Gent. Opnieuw werd geprobeerd de Rijk over te halen met de Prins van Oranje te breken en in Spaanse dienst te treden. Toen de Rijk bleef weigeren werd hij naar het schavot gebracht om daar opgehangen te worden. Maar op aandringen van Mondragon werd de Rijk vrijgelaten, maar Marnix bleef in de gevangenis. Daar nam Willem van Oranje geen genoegen mee. Hij stuurde de Rijk terug naar Mondragon. De Rijk was er van overtuigd dat hij het niet zou overleven. Hij kwam met Prins Willem overeen dat de zesduizend gulden die hij de Prins had voorgeschoten, na zijn dood zouden worden gebruikt voor de verzorging van zijn vrouw en kinderen. Hij ging, en wonder boven wonder kreeg hij tegen de zin van de landvoogd Requesens Marnix ook vrij.

In 1580 kocht hij de heerlijkheid Zaffelaar bij Gent. Hij stierf op 11 september 1584 te Veere. Zijn gebed was verhoord.