|

 |
|
 |
JAN VAN RANSDORP
Jan van Ransdorp, geboren te Darmstad in 1543, overleden in aug1571 te Brussel.
Van Ransdorp vestigde zich al op jonge leeftijd in Nederland. Hij ging wonen in het plaatsje Ransdorp. Geruime tijd was Ransdorp een zeer belangrijke haven aan de Zuiderzee tot het werd overvleugeld door Amsterdam.
Van Ransdorp werd aanhanger van de nieuwe leer en sloot zich aan bij de Geuzen.
In 1570 monsterde hij op het eiland Borkum aan op het schip van Adraan Menninck.
Menninck had een contract gesloten met Ruychaver en van Troyen tot wederzijds bijstand. Op 15 juni nam hij deel aan het gevecht voor het Vlie, waarbij de drie kapiteins probeerden 3 Amsterdamse koopvaarders te veroveren. Ze werden verslagen door de schepen die de koopvaarders beschermden. Bij dit gevecht werd Jan van Troyen gevangen genomen en overgebracht naar Amsterdam. Daar werd hij veroordeeld tot de dood aan de galg.
In 1571 kreeg van Ransdorp zelf een aanstelling als kapitein. Begin augustus werd het eerste schip gekaapt. Omdat de schipper van het buitgemaakte schip ziek was, werd de man vrijgelaten. 6 augustus 1571 maakte van Ransdorp met zijn mannen bij Oostende een landgang die echter volkomen mislukte. De vissers van Oostende namen, geholpen door Spaanse soldaten, de gehele bemanning gevangen. Van Ransdorp werd eerst naar Oostende gebracht om daar verhoord te worden. Daarna werd hij overgebracht naar Gent en vervolgens naar Brussel. Daar werd hij door de bloedraad ter dood veroordeeld en opgehangen. De overige bemanningsleden trof hetzelfde lot. Van een aantal terechtgestelde bemanningsleden zijn de namen bekend. (zie noot) Het noodlot dat van Ransdorp trof was misschien ook wel het gevolg van het feit, dat hij een vrouw aan boord had. Zijn vriendin heette Cornelia (Neeltje) van IJsselstein. En elke zeeman weet dat een vrouw aan boord ongeluk brengt. Wie daaruit nu de conclusie trekt dat van Ransdorp een losbandig man was, heeft het wel bij het verkeerde eind. Zoals op veel Geuzenschepen het geval was, had van Ransdorp een predikant aan boord die twee keer per dag een dienst hield. De gehele bemanning was verplicht deze godsdienstoefeningen bij te wonen. Wie niet aanwezig was, moest een schelling boete betalen.
Namen van terechtgestelde bemanningsleden.
Herman Jansz , geboren te Leeuwarden. In Londen was hij stalknecht geweest van de Spaanse gezant.
Cornelis Hendricksz, een smid uit Vianen. Hij had meegedaan aan de beeldenstorm in Vianen en was daarom verbannen.
Olivier Uyter Wulghen. Deze kapper uit Gent deed zijn uiterste best om vrijgelaten te worden. Hij stuurde een verzoekschrift aan Alva, waarin hij beweerde een trouw lid van de Rooms Katholieke kerk te zijn en ooit tegen de Geuzen gevochten te hebben. Zijn getuigenis werd bevestigd door Gentse stadgenoten, die beweerden dat ze hem kenden als een eerlijke, vreedzame katholieke jonge man. Uyter Wulghen was een corpulente man; twee dagen na de terechtstelling brak het touw. Hij moest opnieuw gehangen worden. Kassa voor de beul: 24 stuivers.
Adolf de la Croix en Adriaan Huelbloc, ook beiden uit Gent.
Hans Fries en Rochus Pietersz, twee Friezen uit Winaldum
Jan van Wingen, een kleermaker uit Ronsse.
Fakckaert Arentsz, kwam van Ameland.
Adriaan Hubrechtsz, uit Oirschot.
Jacob van Dolderen, uit Delft
|
 |
|
 |
|
|