MARNIX VAN SINT ALDEGONDE

Filips van Marnix, Heer van Mont Sint Aldegonde.

Geboren in 1538 te Brussel, overleden 15 januari 1598 te Leiden

Filips’ ouders waren van het katholieke geloof overgegaan naar de hervormde leer. Ze stuurden hun zoon naar een kostschool in Genève. Daar kreeg hij onderwijs van Calvijn en Beza. Daarna studeerde hij aan meerdere hogescholen in Europa. Hij was een van de belangrijkste oprichters van het Verbond der Edelen. . Deze Edelen boden de landvoogdes Margaretha in april 1566 het smeekschrift aan. Eén van haar raadgevers, zei: Ils ne sont que Gueux, het zijn maar schooiers, het zijn maar bedelaars. Het was bedoeld als scheldnaam maar de Edelen beschouwden het als een erenaam. Op 23 augustus van dat jaar aanvaardde Margaretha onder druk van de beelden storm het door Marnix ontworpen ”Compromis”.

Marnix nam deel aan de eerste hervormde synode die in 1566 in Antwerpen werd gehouden. Toen in 1567 Alva zich in Brussel installeerde, ging Marnix naar Duitsland en stelde zich onder bescherming van de keurvorst van de Palts. Het gevolg was dat hij door de Raad van Beroerten bij verstek werd veroordeeld Al zijn bezittingen werden verbeurd verklaard. Marnix voerde al lange tijd een uitvoerige briefwisseling met Willen van Oranje, die Marnix vroeg of hij bij hem in dienst wilde treden .

Toen op 1 april 1572 de Geuzen den Briel hadden veroverd, werd in juli te Dordrecht de eerste Statenvergadering gehouden. Marnix stelde voor Willem van Oranje aan te stellen als stadhouder in plaats van Bossu.

Prins Willem benoemde Marnix tot bevelhebber van de troepen in Rotterdam, Schiedam en Delft. Maar Marnix werd 14 november 1573 bij de Maaslandersluis door Valdez gevangen genomen. Hij werd overgebracht naar de Haag en daarna opgesloten in het kasteel Vredenburg te Utrecht. Na een jaar kwam hij, vooral door toedoen van Jacob Simonz de Rijk, weer op vrije voeten.

Op 5 november 1576 nam hij het initiatief voor de Pacificatie van Gent. Er werd toen overeengekomen dat de Spaanse soldaten verjaagd zouden worden, de katholieke godsdienst vrij mocht worden uitgeoefend en de plakkaten tegen de ketters geschorst.. In 1578 stuurde de Prins hem naar de Rijksdag te Worms om hulp te vragen voor de Nederlandse opstand.

Nog in hetzelfde jaar stuurt de Prins Marnix naar Gent, waar calvinisten de katholieken het leven zuur maakten. In 1580 werd Wllem van Oranje door Filips in de ban gedaan. In 1582 volgde de eerste moordaanslag, die Willem echter overleefde.

Marnix ging in 1582 terug naar Zeeland en ging wonen op zijn kasteel in West Souburg.

Maar in Antwerpen dreigde groot gevaar voor een Spaanse aanval.

Oranje deed in 1583 een beroep op Marnix om burgemeester te worden van deze stad en Antwerpen te verdedigen tegen de aanvallen van de hertog van Parma. Marnix voldeed aan dit verzoek, maar het mocht niet baten. In 1585 werd Antwerpen door Parma veroverd en opnieuw geplunderd.

Het werd Marnix zeer kwalijk genomen dat hij de stad had overgegeven

Een jaar tevoren had Marnix ook al zijn vriend Willem van Oranje verloren. De tweede moordaanslag op Prins Willem in 1584 gelukte wel.

Marnix ging terug naar West Souburg waar hij zich wijdde zich aan zijn literaire werk. Hij schreef o.a. de Beyenkorf der Heilige Roomse kerk. Hij vertaalde gedeeltes van de Bijbel in het Duits, o.a. de Psalmen.

Marnix overleed in 1598 te Leiden. Daar werd hij eerst bijgezet in de Sint Pieterskerk, maar later werd hij overgebracht naar West Souburg. Een dochter ligt begraven in de Oude kerk in Delft.

Marnix dankt zijn grote bekendheid vooral aan het in 1581 verschenen Geuzenliedboek met daarin een soort lofdicht op zijn vriend Willem van Oranje. De beginletters van het eerste woord van elk couplet vormen de naam Wilhelmus van Nassaue. Dank zij Marnix van Sint Aldegonde heeft Nederland sinds 1930 een volkslied dat niet bol staat van nationalisme of persoonsverheerlijking.


In de Telegraaf van 11 oktober 2008, heeft er een artikel gestaan over de ontdekking van Gudrun Dekker.


Wilhelmus werd in Haarlem geschreven
door Menzo Willems

Een Duitse historica met Nederlandse voorouders heeft op basis van drie Duitse coupletten van het Wilhelmus ontdekt dat ons volkslied in december 1572 in Haarlem is geschreven.

Tot nu toe wisten de geleerden slechts dat het Wilhelmus tussen 1568 en 1572 is gecomponeerd. Ook veronderstelden zij dat de schrijver, Philips Marnix van Sint-Aldegonde, zijn meesterwerk schreef in het Zeeuwse West-Souburg.
De aan de Groningse universiteit verbonden Gudrun Dekker maakte een grondige studie van de reeds in 1985 ontdekte coupletten, die alleen in de Duitse versie van het Wilhelmus voorkomen en over het beleg van Haarlem door de Spaanse troepen gaan.
Op grond daarvan concludeert zij dat Marnix van
Sint-Aldegonde ons volkslied heeft geschreven in de laatste drie weken van december 1572. Hij was toen in de Spaarnestad om de belegerde Haarlemmers namens Willem van Oranje bij te staan bij de verstrekking van wapens en voedsel.
Marnix logeerde destijds in het huis van burgemeester
Pieter Kies en componeerde daar zijn meesterwerk.

Extra coupletten
Het Wilhelmus is vervolgens in het voorjaar van 1573, toen het beleg nog volop bezig was, uit volle borst gezongen op de stadsmuur van Haarlem en stimuleerde de verdedigers om vol te houden. Omdat er onder hen veel Duitse en Zwitserse huursoldaten waren, is het lied in die tijd ook in het Duits vertaald en zijn er nog drie extra coupletten aan toegevoegd, speciaal gericht aan de dappere Haarlemmers.
Gudrun Dekker zal haar exacte bevindingen maandagavond onthullen tijdens een lezing in het kader van de Week van de Geschiedenis in het Noord-Hollands Archief in Haarlem.