VAN DER MARCK

Echte naam: Graaf Willem van der Marck, baron van Lumey (Lummen).

Werd door iedereen Lumey genoemd, wat dus zijn bijnaam was.

Geboren 1542 of 1543 te Luik, aldaar overleden op 1 mei 1578

Van der Marck kwam al op jonge leeftijd in opstand tegen het wettige gezag en tegen de kerk In 1565 sloot hij zich aan bij het verbond der Edelen. Al in 1566 probeerde hij in Luik en Hasselt medestanders te vinden voor een opstand tegen koning Filips. In 1568 voegde hij zich bij het leger van Lodewijk van Nassau en deed mee aan de slag bij Heiligerlee. Van der Marck werd berucht door zijn woeste optreden. Hij plunderde in Limburg kerken en kloosters en mishandelde priesters en monniken. Op 14 maart 1569 werd hij door de rechtbank in Luik veroordeeld tot eeuwige ballingschap en verbeurdverklaring van zijn bezittingen . Hij was een neef van de Graaf van Egmond. Toen Alva zijn oom, samen met de Graaf van Hoorne, direct na zijn aankomst in Brussel liet onthoofden, zwoer hij deze edelen te zullen wreken.

In sepember 1571 sloot Van der Marck zich zich in Embden bij de Geuzenvloot aan. Hij rustte zelf enkele schepen uit en ging van Embden naar Engeland. Daar werd hij door opperadmiraal Lumbres benoemd tot admiraal van de Geuzenvloot. Na de verovering van den Briel op 1 April 1572 wilde hij de stad plunderen en dan weer vertrekken. Hij liet zich door o.a Blois van Treslong (zelf burger van de stad Brielle), Jacob Simonsz. De Rijk en Jacob Cabeliau overhalen om in de stad te blijven. Hij joeg de Spaanse soldaten uit Utrecht, die Brielle wilden heroveren, op de vlucht. ( Daarbij speelde de Brielse stadstimmerman Rochus Meeuwisz een belangrijke rol!)

Door zijn wrede optreden maakte van der March zich gehaat bij vriend en vijand, ook bij Willem van Oranje. Bekend is het verhaal van de Franciscaner monniken die in Gorcum door Marinus Brand gevangen werden genomen. Brand stuurde ze naar Brielle waar ze 8 en 9 juli op last van van der Marck om het leven werden gebracht. Op 22 juli 1572 vergaderden de Staten van Holland in Dordrecht.

Van der Marck beloofde op deze vergadering de bevelen van de Prins op te zullen volgen. Maar in de praktijk lapte hij de orders van de Prins aan zijn laars. In Delft werd Musius, 1) de prior van het Agatha- klooster ( nu het Prinsenhof ), gevangen genomen en overgebracht naar Leiden. Toen Willem van Oranje dit hoorde, stuurde hij iemand naar van der Marck met het bevel de prior vrij te laten. Van der Marck liet de poort sluiten.

De bode van de Prins kwam de stad niet binnen. Van der Marck liet de prior ter dood brengen.

Prins Willen had er genoeg van. Hij liet van der Marck gevangen nemen en overbrengen naar Rotterdam. Daar werd hij opgesloten in het slot Honingen..

Op 24 januari 1573 trok de Prins zijn commissie- brieven in. Van der Marck kwam vrij op voorspraak van de andere Edelen. In mei l574 mocht hij vetrekken.

Van der Marck had gezworen zijn oom, de graaf van Egmond, te zullen wreken en bleef tegen de Spanjaarden vechten. Behalve zijn vrijheid wilde hij ook zijn bezittingen terug.

Eerst ging hij naar Aken, maar later vestigde hij zich toch weer in Luik. Daar werd hij door de Domheer van Luik, Graaf van Rennenberg, uitgenodigd voor een etentje. Thuis gekomen werd hij ziek. Hij kreeg het vermoeden dat zijn gastheer wel eens iets in het eten gedaan zou kunnen hebben. Op 1 mei 1578 overleed van der Marck. Bij de lijkschouwing bleek hij inderdaad te zijn vergiftigd.

Koning Filips was blij dat hij deze lastpost kwijt was. Herman van Rennenberg werd benoemd tot bisschop van Utrecht.

1)
Als je Prinsenhof binnenkomt zie direct na de entree vóór de eerste zaal aan je rechterhand een prachtig geschilderd portret van Musius. Even verderop naar rechts is de trap, waar Willem van Oranje in 1584 werd doodgeschoten. Zoals iedereen weet zitten de kogelgaten daar nog in de muur , wel achter een raampje natuurlijk .