LUMBRES

Echte naam: Guislain de Fiennes, heer van Lumbres, werd daarom Lumbres genoemd.

Lumbres was een grote, sterke man en erg energiek. In 1565 sloot hij zich aan bij het verbond der Edelen . In opdracht van Willem van Oranje tracht hij geld in te zamelen om de opstand tegen Spanje te kunnen bekostigen. In het voorjaar van 1568 krijgt hij een commissie brief. Op17 augustus wordt hij veroordeeld door de Raad van Beroerten. Hij wordt verbannen en al zijn bezittingen worden verbeurd verklaard. Hij was een vertrouweling van Willem van Oranje voor wie hij vaak belangrijke onderhandelingen heeft gevoerd. In maart 157O houdt hij in Londen collectes en zendt de opbrengst op 17 april aan Oranje. Hoewel hij geen zeeman was, nam hij op 10 augustus 1570 het bevel over de Eemsvloot over van Dolhain ( Adriaan van Bergen). In de praktijk liet hij de bevelvoering over de vloot over aan de vice- admiraal, Willem van der Marck , Lumey. Vanwege de jicht, waar hij hevig onder leed, was het leven aan boord van een schip erg zwaar. Lumbres was de man die met de Engelse regering onderhandelde over de toegang tot de havens, de bevoorrading van de schepen en de verkoop van de door de geuzen buitgemaakt goederen. Bij zijn Engelse collega’s was hij niet bepaald geliefd. Op 23 augustus 1571 boden twee Engels kapiteins de Spaanse gezant in Londen aan om Lumbres aan hem uit te leveren. Maar ook met Willem van der Marck kon hij niet door één deur. Lumbres verlaat de vloot en gaat voor Willem van Oranje naar Frankrijk. Als Willem van der Marck (Lumey) Den Briel inneemt, is Lumbres in Oostfriesland (Embden). Eind 1573 bevond Lumbres zich in Keulen. Hij is al zijn bezittingen kwijt en leeft in behoeftige omstandigheden. Hij wordt door zijn vriend Lodewijk van Nassau uit de nood geholpen. In 1574 probeert hij Maastricht aan de kant van Prins Willem te krijgen, maar zonder succes. In 1575 ging hij nog een keer naar Engeland maar een verblijf in dat land werd hem toen ontzegd.

In 1577 en 1578 stuurde Willem hem naar Parijs voor onderhandelingen met de Franse regering. De Prins beschouwde hem nog steeds als een bekwaam en nuttig onderhandelaar. Het is niet bekend wanner hij is overleden.