KOPPELSTOK

Echte naam: Jan Pieterszoon Coppelstock. Overleden 1599

Koppelstok was binnenschipper van beroep. In Brielle was hij de veerman die de mensen overzette, die naar de overkant van de Maas moesten.

Hij was een overtuigd aanhanger van de nieuwe leer en werd in 1569 ouderling van de Hervormde gemeente. Koppelstok stond bekend als een eigenzinnig man. Hij zat ook in de haringhandel en lag nogal eens met zijn met zijn leveranciers overhoop. Toen hij in 1570 een ton haring niet op tijd betaalde dreigde schepen Willem Cornelis Brouwer hem te gijzelen

Koppelstok zag op 1 april 1572 dat een aantal schepen had geankerd op de rede van Den Briel. Hij herkende de vlag die ze voerden. Het was de prinsen vlag. Zodoende wist hij dat het Geuzen waren. Toen hij terugkwam van een overtocht naar de Maaslandsluis aan de overkant van de Maas, ging hij niet naar huis, maar roeide naar de Geuzenvloot, die voor de monding van de Maas voor anker was gegaan. Hij ging naar het schip van Blois van Treslong. De vader van Blois was baljuw van Brielle geweest en Koppelstok wist dat zijn zoon watergeus was geworden. Blois bracht Koppelstok bij admiraal Lumey. ( Lumey was de bijnaam van Graaf Willem van der Marck.)

Lumey gaf Koppelstok een boodschap mee voor het stadsbestuur. De geuzen willen twee gevolmachtigden spreken. Als bewijs dat het echt de schepen van de geuzen waren die daar voor anker lagen, kreeg hij de zegelring van Blois van Treslong mee. Terug in de stad ging Koppelstok naar burgemeester Nikker. Die vroeg Koppelstok hoe sterk de geuzen waren en hoeveel mensen er aan boord van de schepen waren. Zonder aarzelen zei Koppelstok dat er wel vijf duizend man aan boord waren. In werkelijkheid waren het er ongeveer elf honderd. . Met moeite werden twee mannen bereid gevonden om als gevolmachtigden naar de geuzen toe te gaan te gaan. Koppelstok bracht ze naar het admiraalsschip.

De boodschap van Lumey was: laat ons binnen in de stad, dan zorgen wij dat er geen nieuwe bezetting komt van Spaanse troepen en jullie hoeven geen tiende penning niet meer aan Alva te betalen. Jullie hebben twee uur de tijd om te beslissen.

Naar de zin van de geuzen aarzelde het stadsbestuur te lang. Ze gingen aan land, rammeiden de poort en bezetten de stad.