Cornelis Dirkszoon, burgemeester van Monnikendam,admiraal van het Noorderkwartier
Geboren 1542, overleden augustus 1583
Cornelis Dirksz dankt zijn bekendheid aan de slag op de Zuiderzee.
Tijdens de belegering van Alkmaar in het najaar van 1573 probeerden de Spaansgezinden ook op zee de macht in handen te krijgen. De Spaansgezinde admiraal Bossu rustte in Amsterdam 18 schepen uit om de Geuzen te lijf te gaan. Bossu voerde zelf het bevel over het admiraalsschip DE INQUISITIE.
De Geuzenvloot bestond uit 23 schepen en nog een aantal kleinere vaartuigen. Ze stonden onder bevel van de Admiraal van het Noorderkwartier, Cornelis Dirksz.
5 oktober 1573 ontmoetten de beide vloten elkaar. De schepen voeren door elkaar heen. Bij het passeren van een vijandelijk schip werden alle kanonnen op een bepaald dek afgevuurd. Zo kreeg de vijand dus de volle laag. Dirkszoon probeerde met zijn schip de Eendragt, de Inquisitie te enteren maar die wist hem steeds te ontwijken. Admiraal Dirksz kreeg een schot in zijn rechter arm maar bleef het commando voeren. Onder anderen Nicolaas Ruychaver kwamen hem te hulp. Omdat de wind voor beide partijen ongunstig was, werd de strijd gestaakt en pas op 11 oktober voortgezet. Op die dag hadden de Geuzen de wind in de zeilen. Met nog twee andere schepen probeerde Cornelis Dirksz de Inquisitie weer te enteren. Hij had het voordeel dat zijn schip, hoewel kleiner, hoger gebouwd was dan de Inquisitie. Het gevecht gaat de hele nacht door. Conelis Dirksz vraagt en krijgt versterking uit Hoorn. Er wordt munitie aangevoerd en nieuwe manschappen. Het schip van Bossu drijft af en loopt vast op een zandbank voor de kust. De bemanning van de Inquisitie moet zich terug trekken in het ruim. Schietend door de luiken blijven ze het schip verdedigen. Midden in deze regen van vuur springt Jan Haring aan boord van de Inquisitie en klimt in de mast van het admiraalsschip. Hij snijdt de admiraalsvlag van Bossu los en vervangt die door de Prinsenvlag. Op het dek wordt hij van uit een luik in de borst geschoten. Kapiteins van de Spaanse schepen zien dat de strijd verloren is en vluchten naar Amsterdam.
Zondagmiddag 12 oktober werd Bossu door Cornelis Dirksz gevangen genomen.
Bossu krijgt van Cornelis Dirksz de belofte dat hij zal worden opgesloten in een grafelijke gevangenis. Dit wordt het weeshuis in Hoorn waar hij 3 jaar moet verblijven. De gevangen genomen bemanningsleden worden geruild tegen gevangen geuzen in Haarlem. Na zijn gevangenschap in Hoorn werd Bossu in November 1576 onder geleide van Cornelis Dirksz overgebracht naar Middelburg. Daar werd hij overgedragen aan Prins Willem die hem in vrijheid stelde. Na de Pascificatie van Gent koos Bossu de zijde van de opstandelingen. Toen in Mei 1574 12 Amsterdamse schepen een graanschip roofden dat op de rede van Hoorn lag afgemeerd, ging Cornelis Dirksz er achteraan met de door hem veroverde “Inquisitie”. De Amsterdammers moesten het schip achterlaten en staken het in brand. De geuzen blusten het vuur en brachten het schip terug naar Hoorn.
In 1578 wilde de Prins admiraal Dirksz aanstellen als vice – admiraal van Holland. Op zijn eigen verzoek werd dat voornemen niet uitgevoerd.
Op 10 maart 1578 werd Dirkszoon door de Staten van Holland voor zijn overwinning op Bossu beloond met een bedrag van tienduizend gulden. In de raadszaal van Monnikendam hangt nog een portret van hem.