BOISOT

Karel van Boisot, geboren te Brussel, overleden te Zijpe (Schouwen-Duiveland)1575.

Omdat hij zich had aangesloten bij het verbond der Edelen, daagde Alva hem voor de Raad van Beroerten. Hij zag aankomen dat zijn verschijning hem wel een in de meest letterlijke zin de kop zou kunnen kosten.

Toen hij niet verscheen, werd hij verbannen en al zijn bezittingen geconfisqueerd. Nadat de Geuzen op 1 april 1572 den Briel hadden ingenomen, kozen veel steden in Holland en Zeeland de zijde van de Prins , waaronder de stad Vlissingen. Prins Willem benoemde Boisot tot gouverneur van Vlissingen.

Een poging om Middelburg te veroveren mislukte. Wel kreeg hij het fort Rammekens in handen bij de ingang van de Schelde. Hij had nauwe contacten met Prins Willem van Oranje. Boisot was in Italië geweest en had verstand van het aanleggen van vestingwerken fortificaties. Op 24 maart 1573 stuurde Prins Willem een brief aan het stadsbestuur van Alkmaar waarin hij Boisot aanwees als zijn vertegenwoordiger bij het aanleggen van verdedigingswerken. Voor de aanleg van nieuwe vestingwerken liet hij veel huizen afbreken, wat hem door de inwoners van Alkmaar niet in dank werd afgenomen. Ze deden hun beklag bij Sonoy, de gouverneur van het Noorderkwartier. Deze stuurde een brief aan Prins Willem.

Een poging om Middelburg te veroveren mislukte. Wel kreeg hij het fort Rammekens in handen bij de ingang van de Schelde en op 18 februari 1574 veroverde hij toch ook Middelburg op Mondragon.

Als vertrouweling van Prins Willem werd hij door deze naar Engeland gestuurd voor onderhandelingen met de Engelse regering over de toegang tot de Engelse havens.

In 1575 voorzag hij de tegenaanval van Spaanse troepen in Zeeland. Hij ging naar Schouwen-Duiveland. In Zijpe legde hij verdedigingswerken aan. Bij de gevechten die toen volgden werd hem, waarschijnlijk per ongeluk, door een van zijn eigen soldaten, een arm afgeschoten. Hij overleed ter plekke en werd op Walcheren begraven.