De watergeuzen wie waren ze?

Herman Kugel zocht het uit (hjkugel@hotmail.com)

ADRIAAN MENNINCK


Echte naam: Adriaan Michielszoon Menningh

geboren te Delft en waarschijnlijk in 1581 of 1582 overleden

Menninck was lakenverver van beroep. Hij was een welgesteld man en bezat meerdere huizen. In 1566 was hij in Delft een van de felste beeldenstormers. Ook trok hij naar den Haag en Utrecht. Hij had predikanten van de nieuwe leer onderdak gegeven, was lid van de kerkeraad, had gewapend bij de hagepreken de wacht gehouden en was op eigen houtje gaan beeldenstormen zonder daartoe opdracht te hebben ontvangen.

Al voordat Alva kwam werd hij op 5 maart 1567 door de rechtbank te Delft veroordeeld tot verbanning en verbeurdverklaring van al zijn bezittingen. Maar Menninck was toen al lang uit Delft vertrokken. 12 januari 1567 ging hij naar Vianen om geld te eisen van de Heer van Brederode, maar die was er niet. Een jaar lang trok hij met zijn bende het land door. Vooral de provincie Utrecht moest het ontgelden.

In het najaar van 1568 sloot hij zich aan bij de Watergeuzen. Een in 1569 door de Geuzen gekaapte boeier bemande hij met 125 varensgasten. Menninck, Nicolaas Ruychaver en Jan van Troyen besloten met zijn drieën de Amsterdamse oorlogsschepen uit het Vlie weg te jagen. Ze sloten in juni 1570 een contract (kopie) waarin ze beloofden bij elkaar te zullen blijven en elkaar te zullen helpen. De buit zouden ze verdelen. Ze beloofden ook dat ze de bevelen van de Prins van Oranje zouden opvolgen. Ze waren echter niet opgewassen tegen de Amsterdamse schepen. Ruychaver en Menninck moesten vluchten, van Troyen werd gevangen genomen en later opgehangen.

Menninck behoorde niet bij de geuzen die den Briel veroverden. In het voorjaar van 1572 ging hij naar de Franse havenstad La Rochelle waar veel Nederlandse vluchtelingen woonden. Daar hoorde hij dat de Geuzen zich in Den Briel genesteld hadden Hij zeilde terug naar Zeeland en hielp Jacob Simonnsz. de Rijk bij de bezetting van Vlissingen, dat enkele dagen na de val van den Briel ook de zijde van de Prins had gekozen. Menninck ging naar Veere dat ook de zijde van de opstandelingen had gekozen. Hij blijft daar tot 9 augustus. Hij is behoorlijk mobiel want in 15 augustus is hij behulpzaam bij de verovering van Steenwijk. In September 1572 kreeg hij als kapitein-generaal het bevel over de Eemsvloot. Wel een bewijs dat Prins Willem veel vertrouwen in hem had. Hij gaat in Embden wonen in de Falderstraat. Later trad hij in dienst van de stadhouder van Friesland, de Heer van Merode en vocht hij in Groningen en Friesland tegen de Spaansgezinde Graaf van Rennenberg.